English / Engels
Nieuw-Guinea Afdrukken

Niet heel Nederlands Nieuw-Guinea werd door de Japanners bezet. Grote delen van de binnenlanden en het zuidelijk kustgebied bij Merauke bleven vrij van Japanse troepen. De westelijk gelegen zg. Vogelkop en de noordelijke kuststreken werden in april 1942 en de volgende maanden wel bezet. Aanvankelijk viel dit gebied onder het gezag van de Japans marine, in oktober 1943 ging het over naar het beheer van de 2de Legergroep.

Op 12 april 1942 bezetten de Japanners Manokwari, de hoofdplaats van de afdeling West- en Noord-Nieuw-Guinea. Ze maakten in en om Manokwari slechts weinig krijgsgevangenen en interneerden er weinig burgers. De meeste Europese burgers in dit gebied waren al door de Nederlands-Indische autoriteiten naar Australië geëvacueerd. Leden van guerrillagroepen die later door de Japanners gevangen werden genomen, werden bijna allen gedood. De gevangenen en geïnterneerden die in Manokwari in Japanse handen waren gevallen, of later van elders op bezet Nieuw-Guinea naar Manokwari waren overgebracht, werden al vrij snel – respectievelijk eind april en half augustus 1942 – naar Ambon getransporteerd.

In Hollandia was tot aan de Japanse bezetting slechts een kleine bestuurspost gevestigd. Op 13 april 1942 werd deze plaats door de Japanners bezet. De weinige Nederlandse ambtenaren die hier toen nog aanwezig waren, werden met hun gezinnen circa 13 km landinwaarts in de kazerne van de Veldpolitie te Joka geïnterneerd, nadien naar Manokwari overgebracht en vervolgens naar Ambon getransporteerd.

Vanaf februari 1944 diende de kazerne te Joka als interneringsplaats voor een groep van ongeveer 100 voornamelijk Duitse missionarissen en nonnen, afkomstig van de noordkust van Australisch Nieuw-Guinea. Deze groep had oorspronkelijk ongeveer 200 personen geteld. De boot waarmee zij naar Hollandia waren vervoerd, was onderweg door Amerikaanse vliegtuigen gebombardeerd, waarbij ongeveer de helft van de geïnterneerden om het leven was gekomen. Het kamp in Joka werd op 2 mei in 1944 bevrijd, enkele dagen na de geallieerde landing bij Hollandia.

Toen de geallieerden steeds dichter naderden, is vanaf juni 1944 een groot aantal onbetrouwbaar geachte inheemsen, Chinese immigranten, Indo-Europese kolonisten en ook Molukse en Menadonese heiho’s geïnterneerd in twee primitieve kampen in het achterland van Manokwari. Beide kampen lagen aan de Prafi-rivier: het ene kamp lag ongeveer 35 km noordwestelijk van Manokwari aan de monding van de rivier, het andere kamp circa 20 km zuidwestelijk van Manokwari aan de benedenloop van deze stroom. Hier werden in totaal meer dan 900 mannen, vrouwen en kinderen geïnterneerd, waarvan er tot de bevrijding in november 1944 minstens 400, en mogelijk nog aanzienlijk meer, om het leven kwamen.